Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Een afspraak maken - Prendre un rendez-vous




 

 


afspraak le rendez-vous
afspreken prendre un rendez-vous
uitnodigen inviter
uitnodiging l'invitation
een uitnodiging krijgen recevoir une invitation
een uitnodiging aannemen accepter une invitation
een uitnodiging afslaan décliner une invitation
datum la date
een afspraak maken prendre un rendez-vous
een afspraak afzeggen annuler un rendez-vous
   
Heb je vanavond al wat te doen? Avez-vous quelque chose à faire ce soir?
Heb je al plannen voor komend weekeinde? Avez-vous des plans pour le week-end prochain?
Ik wil je graag weer eens zien. J’aimerais vous revoir de nouveau.
Komen jullie binnenkort bij ons eten? Viendrez-vous d’ici peu manger chez nous ?
Welke dag schikt? Quel jour vous convient?
Ik kan op.... Je peux ....
Ik kan niet op.... Je ne peux ....
Kun jij op....? Pouvez-vous ....?
Kun jij morgen? Pouvez-vous demain?
Dan kan ik wel. Je peux bien.
Dan kan ik niet. Je ne peux pas.
Dat komt wel goed uit. Ce sera bon.
Dat komt niet goed uit.  
Ik pak mijn agenda erbij. Je prends mon agenda.
Hoe laat spreken we af? A quelle heure pouvons-nous nous rencontrer ?
Om 19.00 uur? A 19h00?
Liever een uur later. De préférence une heure plus tard.
Okee, dat is goed. Bon, c'est d’accord.
Waar spreken we af? Où allons-nous nous rencontrer ?
Bij de ingang. Près de l'entrée.
Ik kom je thuis afhalen Je viens vous chercher à la maison
Volgende maand kan ik niet, ik moet dan naar een begrafenis! Le mois prochain, je ne peux pas, je dois aller à un enterrement !

 

 

 

 

 








Citaat van de dag

"Het ergste moet nog komen. " - Arthur Schopenhauer -
(1788-1860)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie