Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Zingen - Chanter




 

 

 

 

Infinitief L'infinitif
te zingen chanter
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik zing je chante
jij zingt tu chantes
hij / zij / het zingt il / elle chante
wij zingen nous chantons
jullie zingen vous chantez
zij zingen ils / elles chantent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik zong je chantais
jij zong tu chantais
hij / zij / het zong il / elle chantait
wij zongen nous chantions
jullie zongen vous chantiez
zij zongen ils / elles chantaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gezongen j'ai chanté

 

 

 








Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Chaque langue voit le monde d'une manière différente. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie

 

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans