Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Zien - Voir




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te zien voir
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik zie je vois
jij ziet tu vois
hij / zij / het ziet il / elle voit
wij zien nous voyons
jullie zien vous voyez
zij zien ils / elles voient
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik zag je voyais
jij zag tu voyais
hij / zij / het zag il / elle voyait
wij zagen nous voyions
jullie zagen vous voyiez
zij zagen ils / elles voyaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb / ben gezien j'ai vu
 

 

 

 








Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Chaque langue voit le monde d'une manière différente. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie

 

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans