Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Slapen - Dormir




 

 

 

 

Infinitief L'infinitif
te slapen dormir
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik slaap je dors
jij slaapt tu dors
hij / zij / het slaapt il / elle dort
wij slapen nous dormons
jullie slapen vous dormez
zij slapen ils / elles dorment
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik sliep je dormais
jij sliep tu dormais
hij / zij / het sliep il / elle dormait
wij sliepen nous dormions
jullie sliepen vous dormiez
zij sliepen ils / elles dormaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb geslapen j'ai dormi

 

 

 








Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Chaque langue voit le monde d'une manière différente. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie

 

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans