Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Rennen - Courir




 

 

 

 

 

Infinitief L'infinitif
te rennen courir
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik ren je cours
jij rent tu cours
hij / zij / het rent il / elle court
wij rennen nous courons
jullie rennen vous courez
zij rennen ils / elles courent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik rende je courais
jij rende tu courais
hij / zij / het rende il / elle courait
wij renden nous courions
jullie renden vous couriez
zij renden ils / elles couraient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gerend j'ai couru

 

 

 

 








Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Chaque langue voit le monde d'une manière différente. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie

 

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans