Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Praten - Parler




 

 

 

 

Infinitief L'infinitif
te praten parler
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik praat je parle
jij praat tu parles
hij / zij / het praat il / elle parle
wij praten nous parlons
jullie praten vous parlez
zij praten ils / elles parlent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik praatte je parlais
jij praatte tu parlais
hij / zij / het praatte il / elle parlait
wij praatten nous parlions
jullie praatten vous parliez
zij praatten ils / elles parlaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gepraat j'ai parlé

 

 

 








Citaat van de dag

"Van dat, waarvan men niet kan spreken, moet men zwijgen.
Sur ce dont on ne peut parler, il faut garder le silence. "
- Ludwig Wittgenstein -
(1889-1951)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie

 

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans