Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Leven - Vivre




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te leven vivre
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik leef je vis
jij leeft tu vis
hij / zij / het leeft il / elle vit
wij leven nous vivons
jullie leven vous vivez
zij leven ils / elles vivent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik leefde je vivais
jij leefde tu vivais
hij / zij / het leefde il / elle vivait
wij leefden nous vivions
jullie leefden vous viviez
zij leefden ils / elles vivaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb geleefd j'ai vécu

 

 

 








Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Chaque langue voit le monde d'une manière différente. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie

 

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans