Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Leven - Vivre




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te leven vivre
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik leef je vis
jij leeft tu vis
hij / zij / het leeft il / elle vit
wij leven nous vivons
jullie leven vous vivez
zij leven ils / elles vivent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik leefde je vivais
jij leefde tu vivais
hij / zij / het leefde il / elle vivait
wij leefden nous vivions
jullie leefden vous viviez
zij leefden ils / elles vivaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb geleefd j'ai vécu

 

 

 








Citaat van de dag

"Twee dingen zijn oneindig: het heelal en de menselijke stupiditeit, maar van dat eerste weet ik het niet zeker.
Deux choses sont infinies: l'univers et la stupidité humaine; et je ne suis pas sûr à propos de l'univers. "
- Albert Einstein -
(1879-1955)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie

 

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans