Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Lachen - Rire




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te lachen rire
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik lach je ris
jij lacht tu ris
hij / zij / het lacht il / elle rit
wij lachen nous rions
jullie lachen vous riez
zij lachen ils / elles rient
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik lachte je riais
jij lachte tu riais
hij / zij / het lachte il / elle riait
wij lachten nous riions
jullie lachten vous riiez
zij lachten ils / elles riaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gelachen j'ai ri

 

 

 








Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Chaque langue voit le monde d'une manière différente. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie

 

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans