Agenda en uitgaanstips

 

 

 


Lees verder...

Haten - Haïs




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te haten haïr
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik haat je hais
jij haat tu hais
hij / zij / het haat il / elle hait
wij haten nous haïssons
jullie haten vous haïssez
zij haten ils / elles haïssent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik haatte je haïssais
jij haatte tu haïssais
hij / zij / het haatte il / elle haïssait
wij haatten nous haïssions
jullie haatten vous haïssiez
zij haatten ils / elles haïssaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gehaat j'ai haï

 

 

 








Citaat van de dag

"Iedere taal geeft een unieke kijk op het leven.
Chaque langue voit le monde d'une manière différente. "
- Federico Fellini -
(1920-1993)

Advertenties

Uw link op deze pagina?

Cursussen Frans
Volledige zelfstudie

 

Cursussen Frans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Frans voor beginners
- Levend Frans voor gevorderden
- Zakelijke correspondentie Frans