Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Een afspraak maken - Prendre rendez-vous




 

 

 
afspraak le rendez-vous
afspreken  
uitnodigen  
uitnodiging  
een uitnodiging krijgen  
een uitnodiging aannemen  
een uitnodiging afslaan  
datum  
een afspraak maken  
een afspraak afzeggen  
   
Heb je vanavond al wat te doen? Avez-vous quelque chose à faire ce soir?
Heb je al plannen voor komend weekeinde? Avez-vous des plans pour le week-end prochain?
Ik wil je graag weer eens zien. J’aimerais vous revoir de nouveau.
Komen jullie binnenkort bij ons eten? Viendrez-vous d’ici peu manger chez nous ?
Welke dag schikt? Quel jour vous convient?
Ik kan op.... Je peux ....
Ik kan niet op.... Je ne peux ....
Kun jij op....? Pouvez-vous ....?
Kun jij morgen? Pouvez-vous demain?
Dan kan ik wel. Je peux bien.
Dan kan ik niet. Je ne peux pas.
Dat komt wel goed uit. Ce sera bon.
Dat komt niet goed uit.  
Ik pak mijn agenda erbij. Je prends mon agenda.
Hoe laat spreken we af? A quelle heure pouvons-nous nous rencontrer ?
Om 19.00 uur? A 19h00?
Liever een uur later. De préférence une heure plus tard.
Okee, dat is goed. Bon, c'est d’accord.
Waar spreken we af? Où allons-nous nous rencontrer ?
Bij de ingang. Près de l'entrée.
Ik kom je thuis afhalen Je viens vous chercher à la maison
Volgende maand kan ik niet, ik moet dan naar een begrafenis! Le mois prochain, je ne peux pas, je dois aller à un enterrement !

 

 

 

 

 








Citaat van de dag

"Het leven is als een doosje bonbons: je weet nooit wat je nu weer gaat krijgen.
la vie, c'est comme une boîte de chocolat : on ne sait jamais sur quoi on va tomber. "
- Winston Groom -
(1944)