Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Zingen - Chanter




 

 

 

 

Infinitief L'infinitif
te zingen chanter
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik zing je chante
jij zingt tu chantes
hij / zij / het zingt il / elle chante
wij zingen nous chantons
jullie zingen vous chantez
zij zingen ils / elles chantent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik zong je chantais
jij zong tu chantais
hij / zij / het zong il / elle chantait
wij zongen nous chantions
jullie zongen vous chantiez
zij zongen ils / elles chantaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gezongen j'ai chanté

 

 

 








Citaat van de dag

"Wijsheid begint bij twijfel.
Le doute est l’origine du savoir. "
- René Descartes -
(1596-1650)