Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Sterven - Mourir




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te sterven mourir
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik sterf je meurs
jij sterft tu meurs
hij / zij / het sterft il / elle meurt
wij sterven nous mourons
jullie sterven vous mourez
zij sterven ils / elles meurent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik stierf je mourais
jij stierf tu mourais
hij / zij / het stierf il / elle mourait
wij stierven nous mourions
jullie stierven vous mouriez
zij stierven ils / elles mouraient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik ben gestorven (man) je suis mort
ik ben gestorven (vrouw) je suis morte
jij bent gestorven (man) tu es mort
jij bent gestorven (vrouw) tu es morte
hij is gestorven il est mort
zij is gestorven elle est morte
wij zijn gestorven (mannen) nous sommes morts
wij zijn gestorven (vrouwen) nous sommes mortes
jullie zijn gestorven (mannen) vous êtes morts
jullie zijn gestorven (vrouwen) vous êtes mortes
zij zijn gestorven (mannen) ils sont morts
zij zijn gestorven (vrouwen) elles sont mortes

 

 

 








Citaat van de dag

"Het leven is als een doosje bonbons: je weet nooit wat je nu weer gaat krijgen.
la vie, c'est comme une boîte de chocolat : on ne sait jamais sur quoi on va tomber. "
- Winston Groom -
(1944)