Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Slapen - Dormir




 

 

 

 

Infinitief L'infinitif
te slapen dormir
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik slaap je dors
jij slaapt tu dors
hij / zij / het slaapt il / elle dort
wij slapen nous dormons
jullie slapen vous dormez
zij slapen ils / elles dorment
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik sliep je dormais
jij sliep tu dormais
hij / zij / het sliep il / elle dormait
wij sliepen nous dormions
jullie sliepen vous dormiez
zij sliepen ils / elles dormaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb geslapen j'ai dormi

 

 

 








Citaat van de dag

"Wijsheid begint bij twijfel.
Le doute est l’origine du savoir. "
- René Descartes -
(1596-1650)