Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Rennen - Courir




 

 

 

 

 

Infinitief L'infinitif
te rennen courir
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik ren je cours
jij rent tu cours
hij / zij / het rent il / elle court
wij rennen nous courons
jullie rennen vous courez
zij rennen ils / elles courent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik rende je courais
jij rende tu courais
hij / zij / het rende il / elle courait
wij renden nous courions
jullie renden vous couriez
zij renden ils / elles couraient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gerend j'ai couru

 

 

 

 








Citaat van de dag

"Wijsheid begint bij twijfel.
Le doute est l’origine du savoir. "
- René Descartes -
(1596-1650)