Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Luisteren - Écouter




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te luisteren écouter
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik luister j'écoute
jij luistert tu écoutes
hij / zij / het luistert il / elle écoute
wij luisteren nous écoutons
jullie luisteren vous écoutez
zij luisteren ils / elles écoutent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik luisterde je écoutais
jij luisterde tu écoutais
hij / zij / het luisterde il / elle écoutait
wij luisterden nous écoutions
jullie luisterden vous écoutiez
zij luisterden ils / elles écoutaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb geluisterd j'ai écouté
 

 

 

 








Citaat van de dag

"Wijsheid begint bij twijfel.
Le doute est l’origine du savoir. "
- René Descartes -
(1596-1650)