Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Leven - Vivre




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te leven vivre
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik leef je vis
jij leeft tu vis
hij / zij / het leeft il / elle vit
wij leven nous vivons
jullie leven vous vivez
zij leven ils / elles vivent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik leefde je vivais
jij leefde tu vivais
hij / zij / het leefde il / elle vivait
wij leefden nous vivions
jullie leefden vous viviez
zij leefden ils / elles vivaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb geleefd j'ai vécu

 

 

 








Citaat van de dag

"Wijsheid begint bij twijfel.
Le doute est l’origine du savoir. "
- René Descartes -
(1596-1650)