Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Horen - Entendre




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te horen entendre
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik hoor je entends
jij hoort tu entends
hij / zij / het hoort il / elle entend
wij horen nous entendons
jullie horen vous entendez
zij horen ils / elles entendent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik hoorde je entendais
jij hoorde tu entendais
hij / zij / het hoorde il / elle entendait
wij hoorden nous entendions
jullie hoorden vous entendiez
zij hoorden ils / elles entendaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gehoord j'ai entendu

 

 

 








Citaat van de dag

"Het leven is als een doosje bonbons: je weet nooit wat je nu weer gaat krijgen.
la vie, c'est comme une boîte de chocolat : on ne sait jamais sur quoi on va tomber. "
- Winston Groom -
(1944)