Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Haten - Haïs




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te haten haïr
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik haat je hais
jij haat tu hais
hij / zij / het haat il / elle hait
wij haten nous haïssons
jullie haten vous haïssez
zij haten ils / elles haïssent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik haatte je haïssais
jij haatte tu haïssais
hij / zij / het haatte il / elle haïssait
wij haatten nous haïssions
jullie haatten vous haïssiez
zij haatten ils / elles haïssaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gehaat j'ai haï

 

 

 








Citaat van de dag

"Wijsheid begint bij twijfel.
Le doute est l’origine du savoir. "
- René Descartes -
(1596-1650)