Nieuws

Het laatste nieuws over het land, de taal of de cultuur.
Lees verder...

Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Vacatures

Op dit moment geen vacatures.
Lees verder.....

Statistieken

Vandaag 490
Deze week 4080
Deze maand 3004
Sinds 10-2008 548879

Haten - Haïs




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te haten haïr
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik haat je hais
jij haat tu hais
hij / zij / het haat il / elle hait
wij haten nous haïssons
jullie haten vous haïssez
zij haten ils / elles haïssent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik haatte je haïssais
jij haatte tu haïssais
hij / zij / het haatte il / elle haïssait
wij haatten nous haïssions
jullie haatten vous haïssiez
zij haatten ils / elles haïssaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gehaat j'ai haï

 

 

 








Citaat van de dag

"Van dat, waarvan men niet kan spreken, moet men zwijgen.
Sur ce dont on ne peut parler, il faut garder le silence. "
- Ludwig Wittgenstein -
(1889-1951)