Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Eten - Manger




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te eten manger
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik eet je mange
jij eet tu manges
hij / zij / het eet il / elle mange
wij eten nous mangeons
jullie eten vous mangez
zij eten ils / elles mangent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik at je amangeais
jij at tu mangeais
hij / zij / het at il / elle mangeait
wij aten nous mangions
jullie aten vous mangiez
zij aten ils / elles mangeaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gegeten j'ai mangé

 

 

 








Citaat van de dag

"Het leven is als een doosje bonbons: je weet nooit wat je nu weer gaat krijgen.
la vie, c'est comme une boîte de chocolat : on ne sait jamais sur quoi on va tomber. "
- Winston Groom -
(1944)