Agenda en uitgaanstips


Lees verder...

Denken - Penser




 

 

 

Infinitief L'infinitif
te denken penser
   
Tegenwoordige tijd Le présent
ik denk je pense
jij denkt tu penses
hij / zij / het denkt il / elle pense
wij denken nous pensons
jullie denken vous pensez
zij denken ils / elles pensent
   
Verleden tijd Le passé
Onvoltooid verleden tijd Le passé simple
ik dacht je pensais
jij dacht tu pensais
hij / zij / het dacht il / elle pensait
wij dachten nous pensions
jullie dachten vous pensiez
zij dachten ils / elles pensaient
   
Voltooid tegenwoordige tijd Le passé composé
ik heb gedacht j'ai pensé
 

 

 

 








Citaat van de dag

"Het leven is als een doosje bonbons: je weet nooit wat je nu weer gaat krijgen.
la vie, c'est comme une boîte de chocolat : on ne sait jamais sur quoi on va tomber. "
- Winston Groom -
(1944)