|
De Eed van Straatsburg
De Eed van Straatsburg (14 februari 842) is een alliantie tussen
de halfbroers Lodewijk de Duitser en Karel de Kale tegen hun (half)broer
en keizer Lothar.
De versie in de Romana lingua (Romaans-Franse taal) vormt de eerste
geschreven neerslag van een Romaanse taal die zich - zij het nog
maar nauwelijks - van het Latijn heeft losgemaakt.
Nu is eerst Lodewijk de Duitser aan het woord :
« Pro deo amur et pro christian poblo et nostro commun salvament,
d'ist di in avant, in quant deus savir et podir me dunat, si salvarai
eo cist meon fradre Karlo et in aiudha et in cadhuna cosa, si cum
om per dreit son fradra salvar dist, in o quid il mi altresi fazet,
et ab Ludher nul plaid nunquam prindrai, qui meon vol cist meon
fradre Karle in damno sit. »
« Uit liefde tot God, en tot heil van het Christelijke volk
en van ons beiden zal ik van deze dag voort, zolang God me nog weten
en macht schenkt, deze mijn broer Karel zowel door mijn hulp als
met elk middel bijstaan, zoals men uit rechte zijn broer moet bijstaan,
en dit zolang hij voor mij hetzelfde doet; en nooit zal ik met Lothar
eender welke regeling aangaan die, met mijn wil, mijn broer Karel
zou kunnen schaden. »
... en daarna de troepen van Karel de Kale :
« Si Lodhuvigs sagrament, que son fradre Karlo iurat, conservat,
et Karlus meos sendra de suo part non lo tanit, si io returnar non
l'int pois : ne io ne neuls, cui eo returnar int pois, in nulla
aiudha contra Lodhuvig nun li iu er. »
« Indien Lodewijk de eed nakomt die hij zijn broer Karel gezworen
heeft, en Karel, mijn heer, van zijn kant zich er niet aan houdt,
en ik hem niet kan overhalen, (dan) zal noch ik noch iemand van
hen die ik kan overhalen, hem tot hulp tegen Lodewijk zijn »
|